Boeddha (Verlichte)
Boeddha leefde ongeveer 500 jaar voor Christus. Hij werd
geboren in het huidige Nepal.
Tijdens zijn leven reisde hij vermoedelijk
rond in het gebied rond de Ganges in Indie.
Hij was een prins die zijn welvaart opgaf, na het zien van een zieke mens, een
oude mens, een dode en uiteindelijk een monnik. Hij ging
rondreizen, leren van spirituele meesters en uiteindelijk,
toen bleek dat zij geen van allen hem konden leren wat
de oplossing van het lijden was, ging hij jaren mediteren
en zich uithongeren. Uiteindelijk kwam hij tot de conclusie
dat het lichaam ook zijn plek had en nam hij eten tot zich.
Dit inzicht is bekend geworden als de weg van het midden.
Niet te veel eten, afhankelijk zijn van de zintuigen. Maar
wel genoeg tot je nemen om normaal te kunnen functioneren.
Een Boeddha is iemand die het boeddhaschap bereikt heeft.
Dit houdt in dat hij complete en volledige verlichting op
eigen kracht behaald heeft, zonder een leraar die hem advies
geeft en de weg wijst in het Dualisme en de drie Een zijn
geworden zoals het was, is en altijd zal zijn.
De Lachende
Boeddha – De Geluksboeddha
De lachende boeddha of geluksboeddha is de bijnaam van de Chinese Zenmeester
Poe-Thai Ho-Shang die ergens tussen de 6e en de 10e eeuw leefde en de Boeddha
in zichzelf had gevonden. Zorgeloos en volkomen gelukkig zwierf hij door China,
vaak omringd door kinderen. Na zijn dood werd hij vereerd als volksheld en geluksgod.
Hij wordt vaak afgebeeld als een kale man met een dikke blote buik en altijd
een vrolijke lach en zijn lange oorlellen duiden op een adellijke afkomst.
dikker de buik en hoe langer de oorlellen, hoe groter het geluk
Zijn attributen zijn zeer verschillend en symbolisch Hij wordt meestal cadeau
gedaan aan goede vrienden en familie. Men plaatst hem ook altijd in een ruimte
met zijn gezicht naar de deur, zodat hij een ieder die deze ruimte betreedt geluk
en welkom toewenst.
ORANG MALU / YOGI-MAN
De Orang Malu (Indonesisch voor "verlegen man") ook wel bekend als Yogi-man.
De persoon die huilt om al het leed dat hij ziet in de wereld. Door de gebogen
houding maakt hij een ronding van zichzelf, waarin men de eeuwige en oneindige
cirkel kan herkennen. HET LEVEN GAAT DOOR! Dit kan men zien in de vorm van zijn
armen "De Foetus" = puurheid, reinheid, en een nieuw begin. De rug vormt "Het
Hart"= liefde en in de bovenkant van zijn hoofd ziet men een gezicht
|
|
SHIVA
|
De hoofdgod van het Hindoeďsme is de god van de vernietiging en tegelijkertijd
is hij het nieuwe leven dat voortkomt uit de vernietiging. In zijn rechter bovenhand
heeft hij een trommel. Hiermee slaat hij het ritme van de schepping. Met het
vuur in zijn linkerhand vernietigd hij de wereld. De houdingen van zijn handen
van zijn andere armen vertellen dat hij ook de beschermer van de wereld is. Met
zijn rechtervoet staat Shiva op de dwergdemon Apasmara. Deze verbeeld de onwetendheid
van de mens die wordt overwonnen door Shiva.
Ganesha
Deze
volksgod is de zoon van Shiva en Parvati. Hij is de god van de wijsheid,
de brenger van geluk en de opruimer van obstakels. Het verhaal vertelt
dat Shiva, Parvati alleen had gelaten om voor langere tijd in meditatie
te gaan.
Parvati voelde zich eenzaam en besloot een zoon te maken uit stof vermengd met
haar tranen. Door het gezang van vele mantra’s bracht zij hem tot leven. Zij
noemde hem Ganesha en vroeg hem de ingang van hun huis te bewaken zodat zij zich
zorgeloos kon gaan wassen. Op dat moment kwam Shiva thuis maar werd de deur gewezen
door Ganesha. Woedend sloeg Shiva de hardnekkige bewaker van zijn vrouw het hoofd
af, niet wetend dat dit zijn zoon was. Shiva beloofde de ontroostbare Parvati
dat hij het hoofd zou vervangen door het eerste de beste levende wezen dat hij
zou zien. Dit was een olifant.